Als je evenwichtig en gevarieerd eet en geen lichamelijke klachten hebt, heb je over het algemeen geen voedingssupplementen nodig. Soms komt het echter voor dat het lichaam belangrijke stoffen mist door een bepaald voedingspatroon, ziekte of veranderde levensomstandigheden. In dat geval kan het nuttig zijn om het lichaam hiervan te voorzien via een preparaat.
Wat is een voedingssupplement?
In principe kan bijna elke stof die je lichaam nodig heeft ook "puur" worden geconsumeerd in de vorm van supplementen. Volgens de NemV zijn voedingssupplementen - zoals de naam al zegt - voedingsmiddelen die bedoeld zijn als aanvulling op de algemene voeding.
De regelgeving heeft betrekking op de volgende voedingsstoffen:
- Vitaminen: A, D, E, K, B1, B2, niacine, pantotheenzuur, B6, foliumzuur, B12, biotine en C.
- Mineralen: calcium, magnesium, ijzer, koper, jodium, zink, mangaan, natrium, kalium, selenium, chroom, molybdeen, fluor, chloor, fosfor, boor en silicium.

Waar moet je op letten bij het kiezen en innemen van supplementen?
Begin niet zomaar voedingssupplementen te nemen zonder na te denken. Als je het gevoel hebt dat je lichaam een tekort aan voedingsstoffen heeft, kun je het beste met je arts praten. Niet alleen een tekort, maar ook een langdurige overaanbod kan problematisch zijn!
Het is ook belangrijk dat de producten alleen de stoffen bevatten die je wilt innemen. Er zijn vaak bruistabletten of poeders, bijvoorbeeld voor een zink- of magnesiumtekort, die een heleboel andere onnodige stoffen bevatten. De vorm van de voedingsstof die je wilt vervangen is ook relevant. Let erop of het door je lichaam kan worden opgenomen of dat het bijvoorbeeld met vloeistof moet worden gemengd. Sommige stoffen, zoals vitamine D, zijn ook vetoplosbaar. Als je ze gewoon inneemt zonder enige andere vetbron, is het effect nul. Wat de dosering betreft, moet je ook altijd de instructies van de fabrikant of het advies van je arts opvolgen.